Verdeling vordering ontbonden VOF

Verdeling vordering ontbonden VOF

Een VOF heeft 2 vennoten. Een vennoot zegt de VOF op waardoor deze wordt ontbonden. De VOF heeft o.a. een vordering op een opdrachtgever. De opzeggende vennoot wil alvast een deel van die vordering incasseren, door betaling te vorderen van zijn voormalig mede-vennoot. Kan dat? Nee zegt de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden.

Zij overweegt o.a. als volgt: de eisende vennoot vordert op basis van artikel 3: 171 BW van de ander betaling van haar aandeel in de vordering die de vennootschap heeft op de opdrachtgever. Beide ex-vennoten zijn samen deelgenoot in de nog onverdeelde gemeenschap waartoe de vordering  op de opdrachtgever behoort. Uit artikel 3:171 BW alsook uit het arrest van de hoge raad, HR 5 maart 1999, NJ 1999, 383, volgt dat iedere deelgenoot bevoegd is om namens de gemeenschap een rechtsvordering (en ten behoeve van de gemeenschap), in te stellen. Dat betekent echter dat de betaling aan de gemeenschap/ ontbonden VOF moet geschieden en niet aan 1 van beide vennoten. Artikel 3: 171 BW ziet dus alleen op vorderingen jegens derden (extern) en dus niet op rechtsvorderingen tegen een andere deelgenoot/ ex-vennoot (intern). Die (interne) vorderingen dienen op grond van artikel 3:184 BW en 185 BW bij de verdeling van de gemeenschap aan de orde te komen (vergelijk Hoge Raad 8 september 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7043, NJ 2000, 604). De eisende vennoot vordert echter niet veroordeling van de gedaagde vennoot aan de ontbonden gemeenschap maar aan zichzelf en dat kan dus niet op basis van artikel 3:171 BW!

De eisende vennoot wordt dus niet-ontvankelijk verklaard omdat op de verkeerde artikelen een vordering is ingesteld en ook verzuimd is de verdeling van de ontbonden gemeenschap/ VOF te vorderen. Was dat wel gedaan had de rechter wel een beslissing kunnen nemen over de vordering op de andere vennoot!