Beroep op retentierecht onrechtmatig

Beroep op retentierecht onrechtmatig

Beroep op retentierecht: terecht?

Een reder vervoert een lading van uit Brazilië naar Nederland. Halverwege de reis gaat de opdrachtgever failliet. De reder meent dat hij nog geld tegoed heeft van de failliete eigenaar. Als zich dan ook een nieuwe eigenaar meldt, stuurt de reder een factuur voor 1,7 miljoen Euro. De eigenaar stelt slechts 1 miljoen verschuldigd te zijn.


De reder doet een beroep op het retentierecht: hij zal pas tot afgifte overgaan als de nota betaald is of de eigenaar een bankgarantie van 1 miljoen Euro afgeeft. Omdat de eigenaar bang is dat de lading bederft, stelt hij een bankgarantie van 1 miljoen Euro, naast het bedrag dat al voldaan is. Omdat de eigenaar meent dat de reder ten onrechte een beroep op het retentierecht heeft gedaan omdat hij geen vordering zou hebben, vordert de eigenaar schadevergoeding wegens een onrechtmatig handelen van de reder.


Het gerechtshof Amsterdam concludeert dat de reder geen reele vordering op de eignaar had, voor meer dan 1 miljoen. De bankgarantie was dus ten onrechte afgedwongen met het beroep op het retentierecht, hetgeen volgens het Hof dus onrechtmatig is jegens de eigenaar. Daarbij moet men zich bedenken dat een bankgarantie doorgaans ten laste komt van de liquiditeitspositie van een bedrijf en zij zolang het geld waarvoor de bankgarantie dus is afgegeven niet voor andere doeleinden kan gebruiken.


Lees hier de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam.